Jaarboek van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen

Het Nederlands Genootschap van Bibliofielen brengt elk jaar een Jaarboek uit. Behalve een verslag van het achterliggende verenigingsjaar bevat het een keur aan artikelen, meestal geschreven door leden van het genootschap. De onderwerpen zijn divers maar hebben altijd een relatie met de boekenwereld en bibliofilie.

Rubrieken die vaak terugkeren zijn:

  • ‘Boekbeeld’, over een beeld in de publieke ruimte met een duidelijke relatie tot de boekenwereld.
  • ‘Leden over hun verzameling’;
  • ‘Ex Libris’, over een bijzonder ex libris van genootschapsleden, bekende historische figuren, de boekenwereld of bibliofilie.
  • ‘Boek van het jaar’, waarin een jubilerende publicatie uit voorgaande eeuwen centraal staat.

Leden (maar ook niet-leden) worden uitgenodigd een voorstel voor een bijdrage in te dienen via het secretariaat van het NGB. De redactie neemt vervolgens contact met de auteur op over mogelijke plaatsing en het verdere tijdpad.

Artikelen voor het jaarboek dienen vóór 1 oktober van het voorafgaande jaar door de redactie te zijn ontvangen.

Redactie

Alex Alsemgeest

Fred Bijsmans

Marieke van Delft

Suzan Folkerts

Thera Folmer-von Oven

Gerda Huisman

Contactadres

secretaris@bibliofielen.nl

Eerdere jaarboeken  https://bibliofielen.nl/nederlands-genootschap-van-bibliofielen-jaarboeken/

Instructies voor auteurs, versie 2026

 

Aanwijzingen voor het aanleveren van de kopij

De redactie van het Jaarboek van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen verwelkomt bijdragen op het terrein van de boekgeschiedenis en met name de bibliofilie. In het bijzonder de leden van het Genootschap worden uitgenodigd bijdragen voor het Jaarboek in te zenden. De redactie stelt het op prijs tijdig met de auteurs over de voorgenomen bijdragen te kunnen overleggen. Bijdragen kunnen, waar nodig in overleg met de auteurs, redactioneel aangepast worden. De redactie beslist over het al dan niet plaatsen van de bijdragen.

Kopij inleveren vóór 1 oktober

De bijdrage bestaat uit: de tekst inclusief eindnoten, een lijst van de afbeeldingen en een korte bijdrage voor de rubriek Over de auteurs.

TEKST

Aanleveren in Word.

Als er een ondertitel wordt gehanteerd, dan titel en ondertitel scheiden door een punt. Op de titel volgt, na een witregel, de naam van de auteur.

Alinea’s en tussenkopjes

Voor de indeling van de tekst kan gebruik worden gemaakt van tussenkopjes (ongenummerd) en witregels.

De eerste alinea van het begin van de tekst of van een tussenkopje niet laten inspringen. Alle volgende alinea’s laten inspringen met een tab, dus niet met behulp van spaties!

Elke alinea eindigt met een harde return.

Citaten

Korte citaten tussen enkele aanhalingstekens plaatsen; wanneer binnen het citaat aanhalingstekens voorkomen, deze als dubbele aanhalingstekens aangeven. Het afsluitende aanhalingsteken staat na het leesteken indien dat in het citaat voorkomt, anders ervoor.

Lange citaten (meerdere zinnen) worden niet tussen aanhalingstekens geplaatst maar ingesprongen tussen witregels.

Indien binnen het citaat een deel wordt weggelaten, dan geeft men dit aan met: […] (bij het begin of het eind van het citaat is dat niet nodig, tenzij het citaat begint en/of eindigt in een zin). Eigen aanvullingen binnen een citaat eveneens tussen vierkante haken plaatsen met toevoeging van de initialen van de auteur). Bij vreemde spelfouten in de geciteerde tekst kan hierachter [sic!] worden geplaatst.

Bij vertaalde citaten dient het citaat in de originele taal in de voetnoot te worden opgenomen. 

Afkortingen

In de lopende tekst zo min mogelijk gebruik maken van afkortingen (dus: zeventiende eeuw in plaats van 17e eeuw; onder andere in plaats van o.a.). In de noten wordt wel gebruik gemaakt van vaak toegepaste afkortingen (‘ca.’, ‘d.d.’, ‘dl.’, ‘o.a.’, ‘fol.’, ‘bijv.’, ‘resp.’, ‘vgl.’, ‘etc.’). Er wordt geen afkortingspunt geplaatst bij afkortingen van metrieke maten (cm, km).

Cursief

Cursief wordt toegepast bij: vreemde woorden (die niet zijn ingeburgerd in de Nederlandse taal), titels van boeken, tijdschriften, kunstvoorwerpen, tentoonstellingen, woorden waar men expliciet de nadruk op wil leggen en, in citaten, woorden die in de geciteerde tekst ook cursief zijn.

Spaties

Achter elk leesteken volgt een spatie, behalve bij leestekens binnen een afkorting (‘m.b.t.’) en tussen voorletters van namen (wel een spatie tussen de laatste voorletter en de achternaam).

Hoofdletters

Gebruik hoofdletters in titels van kunstwerken, publicaties, tentoonstellingen etc., op dezelfde wijze als in de gebruikte taal (bijv. Engels en Duits). Het lidwoord in de titel betrekken, dus De kruisiging en niet: de Kruisiging.

Getallen en afmetingen

Spel getallen van één tot twintig en ronde honderd- en duizendtallen voluit, bijv.: tweehonderdvijftig, drieduizend, elfde, vijftienjarige, zeshonderd.

Uitzondering: geldsommen, afmetingen: 10 gulden, 50 guineas, $5, €10, £30; 10 mm, 10 cm (afmetingen afkorten).

Paginanummers

Als volgt: p. 10, pp. 130-132. Gebruik volledige paginabereik (pp. 105-167, of pp. 105 e.v.; gebruik indien nodig pp. 105-128, 140-167).

Catalogus- of inventarisnummers: cat.nrs. 100 en 101; inv.nrs. 100-102 (voor meer dan twee opeenvolgende nummers)

Noten

Gebruik eindnoten met de functie in Word. In de tekst worden de nootcijfers aangegeven in superscript, zoveel mogelijk aan het einde van de zin, en altijd na het leesteken (komma of punt). Achter het nootcijfer geen punt plaatsen.

Spelling

De gehanteerde spelling is digitaal te raadplegen: https://woordenlijst.org.

 

LITERATUURVERWIJZINGEN

Uitsluitend bijdragen met goed gecontroleerde, volledige en correcte literatuurverwijzingen worden geaccepteerd.

Boekpublicaties worden als volgt geciteerd:

K.F. Treebus, Tekstwijzer. Een gids voor het grafisch verwerken van tekst. 6e druk. ’s-Gravenhage 1995. Indien nodig, na een komma gevolgd door p. of pp.

N.Maas en F.W. Kuyper (red.), Offeren aan Mercurius en Minerva. Nederlandsche Vereeniging van Antiquaren 1935-1995, Amsterdam, 1995. Of als de uitgever vermeld wordt: Amsterdam, De Buitenkant, 1995.

Als van een boek meerdere delen zijn verschenen, dit vermelden in de titel, na een punt: 2 dln. Als het deelnummer onderdeel is van de (onder)titel van het boek, bijv. Tweede deel, dan cursief gebruiken.

Ontbrekende plaatsnamen en jaartallen van de uitgave als: z.pl. z.j

Bij verwijzing naar titels van oude boeken altijd de drukker/uitgever vermelden (of z.pl., z.n.).

Artikelen

In tijdschriften als volgt citeren:

P.Valkema Blouw, ‘De Antwerpse jaren van Niclaes Mollijns, 1579-1586, De Gulden Passer, 70 (1992), pp. 87-115, daar p. 93.

In bundels:

C. Lingier, ‘Boekengebruik in vrouwenkloosters onder invloed van de moderne devotie’, in: Th. Mertens (et al.), Boeken voor de eeuwigheid. Middelnederlands geestelijk proza. Amsterdam, Prometheus, 1993, pp. 280-294.

Verwijzingen naar eerder geciteerde literatuur worden afgekort: Treebus, Tekstwijzer, pp. 28-29;

Valkema Blouw, ‘De Antwerpse jaren’, p. 90.

Online publicaties

J.P. Filedt Kok (red.), Early Netherlandish Paintings in the Rijksmuseum, online coll. cat. Amsterdam 2009, zie: rijksmuseum.nl/early-netherlandish-paintings (geraadpleegd 15 december 2025). Geen lange URLs gebruiken maar liefst permanent links.

Websites: Zie: kasteeldehaar.nl (geraadpleegd 5 juni 2018); Incunabula Short-Title Catalogue, zie: https://data.cerl.org/istc/ (geraadpleegd 21 januari 2026).

Vermelding van bronnen

Verwijzingen naar geraadpleegde archiefbronnen als volgt weergeven: plaatsnaam en naam van de archiefdienst, toegangsnummer en naam van het archief, inventarisnummer, folionummer(s), eventueel datum. Wanneer vaker naar de naam van de archiefdienst en/of de naam van het archief wordt verwezen, dan worden deze de tweede en volgende keren afgekort, terwijl deze afkorting bij de eerste vermelding tussen haakjes wordt gegeven. 

Bijv.: Den Haag, Haags Gemeentearchief (HGA), 0351-01 Oud-archief van de gemeente ‘s-Gravenhage 1313-1815 (OA), inv. nr. 61, fols. 180-183, d.d. 24 april 1748 (en in een latere noot: HGA, 0351-01 OA, inv. nr. 53, fol. 36v).

Verwijzingen naar handschriften of individuele exemplaren van oude boeken: Plaats, naam bewaarinstelling, evt. collectie, aanvraagnummer/signatuur, bijv. Amsterdam, Allard Pierson, Universiteitsbibliotheek (UB), I G 54. Ook hier geldt: bij de tweede vermelding de naam afkorten.

AFBEELDINGEN

Afbeeldingen apart aanleveren als tiff- of jpg-bestand. In de kopij aangeven waar deze geplaatst dienen te worden. Tot de kopij behoort ook een lijst van de bijschriften bij de afbeeldingen (incl. de bron en/of de bewaarplaats van het origineel).

Digitale illustraties dienen een resolutie van minimaal 300 dpi te hebben en afmeting van minimaal 1000 pixels hoog en breed. Aangezien in de drukkerij regelmatig illustraties om technische redenen afgekeurd worden, is het belangrijk dat de auteurs in een vroeg stadium bij de redactie advies inwinnen over de manier van vervaardiging en/of de bruikbaarheid van de in te leveren afbeeldingen. Onkosten gemaakt voor het vervaardigen van de illustraties kunnen niet vergoed worden.

RUBRIEK OVER DE AUTEURS

Hiervoor graag persoonlijke gegevens indienen met betrekking tot uw beroep, werkkring, bibliofiele belangstelling etc. (max. 80 woorden).